12 ab

Wie, Wat, Waar

Hallo!

Wat leuk dat je langskomt op de website van Judith Eiselin. Hier kun je van alles lezen over mijn boeken en over mij. Deze website is voor kinderen bedoeld, al schrijf ik ook voor volwassenen.

Op 9 juli 1970 ben ik geboren in Amsterdam. ‘Blijft u nog maar even ligFoto van Judith Eiselingen,’ zei de dokter tegen mijn moeder die net een baby had gekregen, ‘want er komt er nog één.’ Die nog ene was ik dus, happend naar adem want mijn zus Sanne had er best lang over gedaan om geboren te worden. We zaten pas zeven en een halve maand samen in die buik, dus we moesten eerst een tijdje in de couveuse. Mijn ouders waren zenuwachtig omdat de dokter zei dat ik misschien wel doodging. Mijn moeder was zelfs zo zenuwachtig dat ze vergeten was hoe ze me had genoemd, toen een verpleegster dat vroeg. Van tevoren hadden ze natuurlijk maar één naam bedacht.
Mijn zus en ik lijken niet zo erg op elkaar, want we zijn een twee-eiige tweeling. Het is meestal heel gezellig en handig om een tweeling te zijn. Soms is het onhandig. Ik dacht altijd dat er een spook rondvloog boven het bed van mijn zus, maar het was haar witte knuffeldoek die ze door de lucht zwierde om hem ‘lekker koud’ te maken. Zij kon vaak niet slapen door mijn gezucht. ‘Niet ademen,’ riep ze dan. ‘Houd op met ademen!’

We verhuisden op ons tweede naar Den Haag omdat onze vader voor een krant (Het Parool) schreef over politiek. We hadden een heel leuk oud huis: de trap had een gezicht (was in het hout uitgesneden) en op de plafonds zaten versieringen. Wel waaide het altijd in ons huis, zo gammel was het. s Nachts tikten de verwarmingsbuizen eng, of ik hoorde griezelige stemmen van beneden -maar dat waren de poppenkastpoppen van mijn moeder, meestal. Ze speelde poppenkast voor de lol. Mijn vader speelde piano voor de lol, heel vaak en heel veel (en heel hard). Onze kat had een eigen krukje aan de keukentafel. Ons konijn liep los in het huis rond.

Vanaf mijn zesde wilde ik schrijver worden. Ik tekende, schreef en las altijd heel veel –en dat doe ik nu nog. Ik hield (en houd nog steeds) erg van paarden en andere dieren. Ik speelde dwarsfluit. In groep zes mocht ik een toneelstukje schrijven dat door de hele klas werd opgevoerd, dat heette: De wondere wereld van de schaakstukken. Op de middelbare school schreef ik mee aan toneelteksten en moest ik hopen werkstukken maken. Nu schrijf ik boeken voor kinderen en volwassenen.

Ik heb Nederlandse taal- en letterkunde gestudeerd in Amsterdam. Met vrienden maakte ik in die tijd een melig tijdschrift, Poesjkin Wat. Later ging ik bij een echte krant werken, NRC Handelsblad. Tien jaar lang schreef ik in die krant, onder meer over kinderboeken, toen ging ik ze zelf maken.

Ik woon met mijn gezin in Haarlem. Mijn man heet John en is stripmaker (Fokke en Sukke) en rechter. Onze dochters heten Nina en Rozemarijn. Onze dieren heten Bimbam, Bommel, Flip, Bert, Aardappelzakje, Pruk, Monstertruck, Debbie, Loa en Erill.
Bimbam en Bommel zijn jonge katten, een rode met streepjes en een langharige Noorse Boskat.
Flip is een zwart met wit konijn (Hollander, heet zijn ras).
Bert is een tweedehands konijn, zijn vorige baas wilde hem niet langer hebben. Hij heeft hangoren en lang haar.
Aardappelzakje, Pruk, Monstertruck en Debbie zijn cavia’s.
Loa en Erill zijn IJslandse paarden. Zij wonen bij een boer in Spaarndam. Ik ga elke week drie keer naar ze toe –en soms nog vaker!