12 ab

De ogen van Jesleia (2004)

Juliette wint een prijsvraag. Ze krijgt de hoofdprijs: een zomervakantie lang naar een tropisch eiland!

Jesleia is een paradijs waar de zon altijd schijnt. Juliette vindt er een paard en een poes. Ze kookt bij de rivier en slaapt elke nacht onder een boom. Overdag zwemt ze in zee, verzamelt ze schelpen, zoekt ze naar eten, speelt ze.
Ze is alleen, maar dat vindt ze niet erg. Juliette is heel verlegen. Ze heeft het liefste dat niemand haar ziet, dat ze helemaal niet opvalt… op Jesleia kan ze doen wat ze wil. Of… juist niet? Is ze wel alleen op het eiland? Klopt het wel dat er niemand naar haar kijkt?

Dit is mijn debuut –mijn eerste boek.
(Heel eerlijk gezegd had ik hiervoor ook wel eens een boekje gemaakt. Een heel klein boekje zonder verhaal. Het heet Iene Miene Mutte en het ging over straatspelletjes. Het was niet zelf verzonnen -en daarom telt het niet mee.)

Waar gaat het over:

Eigenlijk gaat De ogen van Jesleia over wat je met je ogen doet: kijken. Mensen kijken naar elkaar en verzinnen dan wie de ander is. Je kijkt bijvoorbeeld naar je buurjongen en je denkt: aha, een slome slimme met een bril, of een domme stoere met gel in zijn haar. Oma’s zijn lief, met hun grijze krulletjes en hun bril. Dikke mensen zijn gezellig. Klopt zoiets wel? Wie bepaalt er wie je bent? Anderen of jijzelf?

Reden om het boek te maken:

Ik schreef De ogen van Jesleia omdat ik wou kijken of ik het kon, een spannend boek met een geheim erin schrijven. De bedoeling was dat het over een gewóón meisje zou gaan, dus niet over iemand die stiekem een held is, of toverkracht heeft, maar dat diegene dan wel iets heel ongewoons overkomt –naar Jesleia gaan. Juliette is niet dapper, nou ja, ze vindt van zichzelf dat ze dat helemaal niet is. Verder had ik bedacht dat het geheim van het boek iets moest zijn van nú, iets wat je dagelijks om je heen kunt zien of voor je neus gebeurt…

Nog meer reden om het boek te maken:

Ik wilde altijd al –nou ja, sinds ik tien was- schrijven over kinderen op een eiland. Dat kwam zo: mijn tweelingzus, Sanne, en een vriend van ons hadden, toen we tien waren, een geheime hut langs een kanaal in Den Haag, in een boom. We droomden daar van een eiland waar we met zijn drieën heen zouden vluchten, zonder ouders en andere kinderen. We voelden ons alledrie een beetje alleen in de klas (we zaten niet bij elkaar op school).

We hadden alledrie een geheime naam bedacht: zo zouden we op ons eiland heten. De geheime naam van mijn zus was Mimaska –net als van Juliette in het boek. Erik, de jongen dus, noemde zich Yassasin –Guido uit het boek lijkt op hem. Ik noemde mezelf Japocka maar dat vond ik echt een te lelijke naam om in het boek te gebruiken! Onze geheime hut heette JYM: Japocka-Yassasin-Mimaska. De geheimtaal van Guido was onze geheimtaal.

Is voor de rest alles verzonnen:

Ja hoor… Karlinka uit mijn boek is helemaal verzonnen. En de ouders van Juliette ook, net als de meeste andere dingen uit het boek. Maar er zitten allemaal kleine dingetjes in die niet verzonnen zijn –zo gaat dat bij boeken altijd, denk ik. Ik had bijvoorbeeld, toen ik veel ouder was dan Juliette, een stoere vriend die Mischan heette. Hij had zo’n aansteker als in het boek voorkomt, een Zippo, en hij droomde ervan wereldreiziger te worden, net als de oom uit het boek die Mischan heet. Verder lijken Juliette en ik wel een beetje op elkaar. Ik won als kind heel vaak weddenschappen, zelfs als ik het niet wou –net als zij. En ik was bezorgd over wat andere kinderen van me vonden -net als zij.

Het eiland Jesleia is gefantaseerd maar het lijkt op La Palma, één van de Canarische eilanden. Daar is ook zo’n zwart steentjesstrand –en zo’n vulkaan. Verder lijkt Jesleia expres op tropische eilanden zoals iedereen ze kent uit reclames en films –als je het boek leest, begrijp je waarom.

Over de plaatjes:

De foto’s in het boek zijn gemaakt door mijn vriendin Monique Bauman. Ik ken haar van het schoolplein –onze kinderen zitten bij elkaar in de groep. Monique is eigenlijk reclame-vormgeefster. Ze begreep precies wat ik voor plaatjes wilde. Wekenlang verzamelde Monique dingen die bij het boek pasten: veren, stenen, speldjes, schelpen… enz. Omdat ze persé een dikke visgraat wilde afbeelden, kocht ze een enorme vis in de haven van IJmuiden. Die moest ze eerst schoon koken… toen ze uiteindelijk voorzichtig met een gaatjeslepel de vis uit de pan haalde, rolde zijn oog over het aanrecht. Weken daarna rook haar huis nog naar vis! De meeste grote foto’s in het boek zijn op het strand gemaakt.

De ogen van Jesleia is een boek voor iedereen vanaf 10 jaar.