12 ab

vreemde klachten

Er kwamen laatst twee meisjes langs die op het HML zitten, mijn oude middelbare school. Dat had ik al verteld. Een van hun haalde een papiertje uit haar tas. Ze keek me aan. ‘Weet je dat er op Internet over je geklaagd wordt?’ vroeg ze. ‘Er zijn kwade mensen die vinden dat… hoor maar.’ En ze begon voor te lezen van het papiertje, een citaat van iemands weblog, en daar wat reacties op. Ik hoorde het verbaasd aan. Wat was dit? De blogger bleek iemand te zijn die in een bibliotheek werkte. Haar klacht ging niet over mij maar over 1 van mijn boeken, namelijk Hij & Ik. Ze stoorde zich aan een bijfiguur(tje) uit het boek, namelijk de schoolbibliotheekcaresse. Die is streng en niet al te slim, en dat stak haar. Want zo werden mensen die in de bibliotheek werkten nu altijd afgebeeld in (kinder)boeken etc etc. Een ander iemand stelde dat ik zeker nooit in een mediatheek was geweest. Weer een ander iemand moest even opmerken dat mijn man John Fokke en Sukke maakte, wat dat ermee te maken heeft weet ik niet.

Goed. Toen het meisje klaar was met voorlezen vroeg ze me wat ik ervan vond. Ik zei dat ik me zoiets niet aan ging trekken, dat het me niet kon schelen. Dat was niet gelogen en toch niet helemaal waar… een paar dagen later heb ik op Internet zelf dat weblog gezocht. En ik heb een antwoord geschreven, naar die mevrouw. Ik zei haar dat het niet mijn bedoeling was een hele beroepsgroep te portretteren met 1 figuurtje in een boekje. Dat ik die pretentie nooit zou hebben, dat deze figuur toevallig autobiografisch te duiden zou zijn. Dat ik niet degene ben die veralgemiseert. Dat mijn eigen moeder bibliothecaresse is, en Heel Leuk. Dat ik heel vaak in biblio- en mediatheken kom, voor optredens. En dat mijn man inderdaad Fokke en Sukke maakt en wat dat er in vredesnaam mee te maken heeft…

De mevrouw reageerde direct en was heel aardig. Wel vond ze dat ik een volgende keer maar moest proberen om een aardige bibliothecaresse in een boek te zetten… Maar zo gaat schrijven niet hoor! Als je je bij elk personage en bij elk dier en ding moet gaan zitten afvragen of iemand zich er misschien aan zou kunnen storen, schrijf je nooit meer wat. Stel je voor. De hoofdpersoon houdt van gevulde koeken en niet van knakworst. O jee: knakworstfabrikanten beledigd! En alle makers van andere koeksoorten en versnaperingen bovendien, o jee! En dan. Hoofdpersoon koopt de koeken in een buurtwinkeltje bij een oude knorrepot. O jee! Kruideniers kwaad, supermarkthouders boos, heisa en heibel barsten los… zo kun je dus niet werken.

Ik hoop gewoon dat niemand zich gekwetst voelt door wat ik schrijf, behalve als ik daar op uit ben wat natuurlijk ook nog best wel eens voor zou kunnen komen. Maar mensen moeten niet allemaal waardeoordelen in je verhalen gaan zien die je helemaal niet hebt: het zegt meer over hun preoccupaties dan over de mijne, zoiets!

Goed. Zoals ik al zei was de mevrouw wel aardig, zij bedoelde het allemaal ook niet zo kwaad. Net zomin als ik. Hij&Ik werd afgelopen vrijdag goed besproken in De Volkskrant. De recensent vond het duidelijk een erg leuk boek, al mocht ik van hem geen gekke dingen verzinnen zoals engelenkoren die alleen de hoofdpersoon ziet (het is het geweten van Rosalie, in Hij&Ik, een oud verzinsel van toen ze klein was, omdat haar vader beweert dat er engelen rond haar bed stonden toen ze geboren werd, ze heeft eerst zelf niet helemaal goed door dat ze de engelen zelf verzint/zelf verantwoordelijk is voor wat ze doet… op ht einde van het boekje wel, dan fladderen de engelen weg op haar bevel). Ik houd van mijn engelen en zal niet ophouden met dit soort gekke dingen in mijn boeken te stoppen. Die recensent verdenkt schrijvers er vaak van dat ze hun boeken moeilijk willen maken. Hoe komt hij daarbij.

Net las ik de briefwisseling tussen W.F. Hermans en Gerard Reve uit. Dat was een geweldig boek. Als je 16 bent of zo, lees dan: Uit talloos veel miljoenen, De donkere kamer van Damocles, Nooit meer slapen van Hermans én De ondergang van de familie Boslowits, Werther Nieland, De avonden en Nader tot u van Gerard Reve en dan dit boek. Super!

Nu lees ik The rotters club van Jonathan Coe. Dat is een lekker boek al vind ik dat er teveel personages zijn die belangrijk zijn, ik moet nogal eens terugbladeren om zeker te weten wie wie is…

Morgen gaan Raudur en ik een heel lange rit maken, langs een pannenkoekenhuis.