12 ab

Naomi4

Naomi: Heeft u zelf ook zoiets meegemaakt als in De ogen vanJesleia, of is het gewoon een verzonnen verhaal?

Judith: Het is verzonnen. Maar niet helemaal. Ik won als kind heel vaak weddenschappen. Met mijn zus en een vriend droomde ik  van een eiland waar we met zijn drieën konden gaan wonen, zonder ouders en zonder andere kinderen (maar met veel dieren!).
We hebben wel eens een blauwe badeend te water gelaten, gewoon in een gracht, die voer volgens ons rechtstreeks naar ons droomeiland. Mijn zus en ik speelden vaak paardje, dan heette zij Hallee en was zogenaamd een wit met bruin gevlekte IJslander. Een paar jaar geleden, toen ik Jesleia schreef, had ik een slanke zwarte poes die altijd weg liep. Hij heette geen Rongrong, hij heette Moek.